zaterdag , 23 juni 2018
Nieuwe vraag
Home » Vraag & Antwoord » Allah » God weet hoe wij zullen handelen en leven op deze wereld. Waarom zijn wij dan toch naar deze wereld gezonden om alsnog beproefd te worden?

God weet hoe wij zullen handelen en leven op deze wereld. Waarom zijn wij dan toch naar deze wereld gezonden om alsnog beproefd te worden?

Zonder twijfel weet God hoe wij hier zullen handelen en leven. Hij zond ons ter beproeving, opdat we onze initiële gaven en bekwaamheden zouden verbeteren middels de verantwoordelijkheden die Hij ons hier heeft gegeven. Mensen verschillen in aard en hoedanigheid en hebben elk een eigen arsenaal aan bekwaamheden.

Het past een kunstenaar zijn uitzonderlijk vermogen te uiten en vorm te geven, tot verrukking van de aanschouwers. De laatste nemen kennis van zijn grootheid middels zijn werken. Zo is ook de grootheid, pracht en kunst van God’s schepping een presentatie en reflectie van Zijn Schone Namen en Eigenschappen. Hiertoe schiep God het heelal in de ruimste zin des woords.

Om ons gewis te maken van Zijn Schone Namen en Eigenschappen en de Goddelijke Kunst deed hij dit langs lijnen der geleidelijkheid. Met de oneindige verscheidenheid in zijn schepping geeft Hij ons een schat aan gelegenheden om een degelijke kennis over Hem te verwerven. Hij is de absolute Schepper die alles maakt uit één, en voegt aan al wat Hij wil duizenden gunsten.

Door wat er ook gecreëerd en aangetoond is in het heelal en gegeven is aan de mens, wordt de mens zelf getest, gezuiverd en voorbereid als een kandidaat voor eeuwige zaligheid in het paradijs. Net als grondstoffen die verfijnd, gezuiverd en bewerkt worden tot zilver , goud of diamanten.

In een hadith(overlevering) zei Profeet Mohammed (vzmh):

“Mensen zijn als mineralen. Iemand die goed is in de “jahiliyya” is ook goed in de islam” (Bukhari, Imam, 10; Koran, 21:8-14; Muslim, Fada’il al- Sahaba,168, Manaquib,24;Ibn Hanbal, Musnab, 3:101).

Bijvoorbeeld Umar genoot waardigheid, glorie en eer voordat hij zich bekeerde tot de islam, maar nadat hij een Moslim werd had hij meer. Hij kreeg een rustigere waardigheid, tederheid en de pracht van de iman. Als niet-moslim zou hij hard, opvliegend en hooghartig kunnen zijn, als iemand die dacht dat hij alles had; nadat hij Moslim werd, was hij een van de meest bescheiden en nederige in zijn gedrag tegen de gelovigen. Door de islam verbeterde hij zijn kwaliteiten en eigenschappen. Daarom, wanneer we goed gemanierde, dynamische, energieke, en levendige mensen zien, wensen we dat zij Moslim worden, want als iemand die goed, geweldig, roemrijk en gewaardeerd was voor de islam zal veel verder stijgen door de islam.

De islam handelt over de meest waardevolle en onschatbare van de mineralen -de mens. Het neemt de mens, kneedt, verbetert en rijpt ze zoals goud gezuiverd wordt. De Metgezellen van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) werden zo 24 karaats puur. Later in de tijd echter, daalden de Moslims van puurheid, van 24 karaats tot zo’n 15 karaats. In de twintigste eeuw zijn sommige mensen zelfs gedaald tot één karaat of zelfs nog minder. Hieruit volgend, helaas, is deze eeuw getuige geworden van problemen veroorzaakt door veel afgezonderde criminele personen.

We worden in deze wereld getest zodat we kunnen worden verhelderd, gezuiverd en om deugd en perfectie te verkrijgen. Ook al weet God hoe goed of anders wij het doen in de test, test Hij ons allemaal in gelijke mate. Het is niet omdat Hij weet en dus wil leren wat Hij niet weet over ons, maar eerder dat Hij weet en dienovereenkomstig de mens test tegen zichzelf en anderen.

Als wij ijverig pogingen doen om onszelf te zuiveren, om uit te vinden en te bewijzen wat we zijn, wat we hebben en of we waardeloos zijn als ijzer of machtig als goud, zijn we alleen maar bezig als een middel om te doen gebeuren wat God allang weet. Wij worden getest voor hetgeen waar we naar streven en ons voor inspannen. Op deze manier zullen we voor God komen te staan en ons verantwoorden voor wat we hebben gedaan:

“Maar hun handen zullen tot Ons spreken en hun voeten zullen de getuigenis afleggen van hun daden” (Koran, 35:65).

Handen en voeten representeren symbolisch al onze instrumenten voor handelingen, alle ledematen van ons lichaam, inclusief onze vermogens en gelegenheden. In andere verzen worden ogen, oren en huid allemaal genoemd als getuigen tegen ons als we ze misbruikt hebben.

We worden getest tegen onszelf, in al hetgeen we bezitten, alle leden van ons lichaam, als onze bevoegdheden van denken en voelen, en alle gelegenheden die ons zijn gegeven om te gebruiken. God, Verheven is Hij, test ons niet omdat Hij wil weten hoe we uit de test komen, maar omdat Hij ons onszelf wil laten zien, zodat we ons bewust worden dat wij onszelf testen en worden getest.

En God weet het beste.